Improved sweet spot identification and smart development using integrated reservoir characterization

Improved sweet spot identification and smart development using integrated reservoir characterizatio

Publieke samenvatting

Het is de intentie dat schaliegas op lange termijn bijdraagt aan de Nederlandse ambitie om de eigen aardgasreserves op peil te houden, minder afhankelijk te zijn van import van gas en minder CO2- uitstoot te veroorzaken door gastransport. De kosten voor gastransport zijn afhankelijk van de afstand maar bedragen gemiddeld 2%. Ook de indirecte CO2-emissiereductie als gas niet geïmporteerd hoeft te worden uit Rusland of Quatar bedraagt 2%. Bovendien leidt de beschikbaarheid van gas voor binnenlands gebruik tot een reductie van 50% CO2-emissie ten opzichte van kolen als brandstof voor energieopwekking.  Afgezet tegen steenkool en aardolie draagt een groter aandeel aardgas in de energiemix bij aan verduurzaming van de energievoorziening.

Daarnaast biedt aardgas de noodzakelijke flexibiliteit in de elektriciteitsproductie bij een toenemende afhankelijkheid van wind- en zonne-energie (Bron: GasTerra).

Het project Sweet Spot Identification draagt bij aan deze ambities door in de eerste plaats een betere inschatting te maken van de mate waarin schaliegas kan bijdragen aan de 30/30 ambitie door de capaciteitsinschatting (gas in place) van de voornaamste gashoudende schalielaag in Nederland (Posidonia) te verbeteren. Daarnaast levert het project een directe inschatting van de zogenoemde sweet spots om de exploratie en exploitatie van gas te ondersteunen. Binnen de programmalijnen Tough Gas en Stranded Fields is dit project uniek omdat het gebruik maakt van alle beschikbare schaliekarakterisatietechnieken om de eigenschappen zo goed mogelijk vast te stellen. Het integreert de projecten over fracture optimization van TNO en de projecten bij de universiteiten en is zo een waardevolle toevoeging aan het onderzoek binnen het innovatieprogramma Upstream Gas.

Dit onderzoek draagt eveneens bij aan een efficiëntere en minder belastende methode om schaliegas in Nederland winbaar te maken doordat minder boringen nodig zullen zijn.

In de eerste fase lag de focus op het beschrijven van de heterogeniteit in een schalie-‘reservoir’ op het gebied van sedimentologie, petrofysische eigenschappen, biofacies en de vaststellingen van de micro-, meso- en macro- breuksystemen. De tweede fase van dit project, zoals hier wordt voorgesteld, richt zich op de kalibratie van de op innovatieve wijze verkregen van berekende geochemische eigenschappen door gebruik te maken van geavanceerde, bewezen analyses. Eveneens krijgen ze zodoende grip op de kleien in de schalie hetgeen indicatief is voor de productiviteit. Eveneens wordt met andere geochemische analyses gekeken naar de petrochemische eigenschappen om tot een betere potentie-inschatting te komen. Met de in fase 1 gedefinieerde hypotheses over gunstige paleoafzettingsmilieus willen we ons begrip opschalen naar het niveau van het noordwestelijke Duitse Bekken, waartoe ook het West-Nederlandse bekken behoort. Zodoende kunnen we generieke concepten abstraheren die mogelijkerwijs ook toepasbaar zijn op andere schalies. Een eerste vergelijking is onderdeel van het hoofdstuk Integratie van het eindrapport.