Experimental Foam incluence evaluation

Publieke samenvatting

Aanleiding
Bij afnemende druk in oudere gasputten kan mee geproduceerd water of condensaat niet langer door de gasstroom worden meegevoerd. Deze vloeistoffen accumuleren onderin de gasput wat er voor zorgt dat de gasstroom afneemt of zelfs helemaal stopt. Aangezien veel gasputten in Nederland en de Noordzee in de laatste fase van productie zitten, is dit een erg relevant onderwerp. De productiewinst is enorm als men de vloeistof accumulatie kan voorkomen of uitstellen. TNO werkt al jaren in samenwerking met diverse gasproducenten aan oplossingen voor dit probleem.

Doelstelling
In dit project zal een gestandaardiseerde test methode worden ontwikkeld (nieuwe industrie standaard) voor de selectie van schuimmiddelen waardoor:
• de selectie van schuimmiddelen beter aansluit bij de resultaten in de praktijk.
• verschillende schuimmiddelen onderling beter vergeleken kunnen worden


Korte omschrijving
Een van de meest veelbelovende oplossingen is het gebruik van schuimmiddelen (oppervlakte actieve stoffen). Door het gebruik van deze middelen kan het water makkelijker met de gasstroom uit de put gevoerd worden. Naast de fundamentele vragen op het gebied van de invloed van oppervlakte-actieve stoffen op meerfase-stroming, zijn er nog een aantal uitdagingen met betrekking tot praktische zaken, zoals de selectie en het toepassen schuimmiddelen:
1. Verschillende toeleveranciers gebruiken verschillende tests om schuimmiddelen te selecteren, hierdoor is het vergelijken van test resultaten en het selecteren van schuimmiddelen door gasproducenten moeilijk.
2. De voorspellende waarde van deze tests met betrekking tot het verwachte effect op de productie in de werkelijkheid is laag.
3. Hoeveelheden en doseermethoden voor schuimmiddelen worden vastgesteld op basis van “trial-and-error”. Dit is in het bijzonder onwenselijk in offshore situaties waar het lozen van afvalstromen die olie en/of schuimmiddelen bevatten aan strenge regels is gebonden.